Wijziging Wet op het notarisambt

ARTIKEL IXa

Artikel 1 van de Wet op het notarisambt wordt als volgt gewijzigd;

Artikel 1

1. Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
a. notaris: de ambtenaar de bekleder van het ambt, bedoeld in artikel 2;
b. toegevoegd notaris: de toegevoegd notaris, bedoeld in artikel 30b;
c. kandidaat-notaris: degene, niet zijnde toegevoegd notaris, die voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd in artikel 6, tweede lid, onder a en onder verantwoordelijkheid van een notaris of een waarnemer notariële werkzaamheden verricht, alsmede hij die geen notaris of toegevoegd notaris zijnde het notarisambt waarneemt;
d. minuut: het originele exemplaar van een notariële akte;
e. repertorium: het register, bedoeld in artikel 7 van de Registratiewet 1970;
f. protocol: de minuten, notariële verklaringen, registers, afschriften, repertoria en kaartsystemen die onder de notaris berusten;
g. grosse: een in executoriale vorm uitgegeven afschrift of uittreksel van een notariële akte;
h. deeltijd: de werktijd die korter is dan de volledige arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
i. de KNB: de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, bedoeld in artikel 60;
j. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
k. verordening: een verordening als bedoeld in artikel 89;
l. het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110, eerste lid;
m. het fonds: de Stichting Notarieel Pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a, eerste lid.

2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. gehuwd: geregistreerd.

Toelichting bij tweede nota van wijziging:

Gelet op het feit dat waarnemend notarissen en waarnemend gerechtsdeurwaarders benoemd worden door een orgaan van een overheidswerkgever in de zin van het voorgestelde nieuwe artikel 2 van de Ambtenarenwet, in casu de staat (de voorzitter van de Kamer van toezicht, bedoeld in artikel 94 van de Wet op het notarisambt respectievelijk de minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 23 van de Gerechtsdeurwaarderswet), dient ook voor deze ambtsdragers in artikel 3 te worden bepaald, dat met hen geen arbeidsovereenkomst wordt gesloten; althans niet door een overheidswerkgever. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel 1 van de Wet op het notarisambt en artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet de kwalificatie van «(openbaar) ambtenaar» te schrappen. Na inwerkingtreding van onderhavig wetsvoorstel is de term «ambtenaar» voor deze categorie niet langer passend. Wat blijft is, dat zij belast zijn met bij of krachtens de Wet op het notarisambt of de Gerechtsdeurwaarderswet opgedragen taken. Ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet zullen zij echter niet meer zijn.