Wijziging Wet op de loonvorming

ARTIKEL VI

In artikel 2 van de wet op de loonvorming wordt als volgt gewijzigd;

Artikel 2

  • 1. Deze wet is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van:
    • a. personen in dienst van een publiekrechtelijk lichaam;

    • b. personen die een geestelijk ambt bekleden.

  • 2. Deze wet is voorts niet van toepassing op arbeidsverhoudingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur daartoe aangewezen categorie.

  • 3. In afwijking van het eerste lid is deze wet van toepassing op de dienstbetrekking, bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening.

Memorie van toelichting

In verband met de huidige bijzondere regeling van de rechtspositie van ambtenaren zijn in enkele wetten uitzonderingen voor ambtenaren opgenomen. De eerste betreft het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen 1945. Op grond van die wet heeft een werkgever voor het opzeggen van een dienstverband de voorafgaande toestemming nodig van het Uitvoerings-instituut werknemersverzekeringen. Thans is die bepaling niet van toepassing op de arbeidsverhouding van werknemers bij een publiekrechtelijk lichaam. De tweede betreft de Wet op de loonvorming, waarin onder meer is bepaald dat collectieve arbeidsovereenkomsten bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moeten worden aangemeld. Thans is die wet niet van toepassing op de arbeidsverhouding van personen in dienst van een publiekrechtelijk lichaam. De in genoemde wetten opgenomen uitzonderingen moeten in het kader van de normalisering worden geschrapt. Als gevolg hiervan zijn de regels over de opzegging van de arbeidsovereenkomst en de collectieve arbeidsovereenkomst na inwerkingtreding van het onderhavige voorstel van wet ook van toepassing op de arbeidsverhouding tussen ambtenaren en overheidswerkgevers. Ook de Wet melding collectief ontslag wordt van toepassing.