Dieuwertje Stolwijk Advocaat

Een belangrijke vraag bij het wetsvoorstel normalisering is: wie wordt genormaliseerd en wie niet? Het is interessant te bezien welke typen ambtenaar we zullen kennen als de normalisering een feit is.

 

De omschrijving van het begrip ambtenaar is te vinden in art. 1 lid 1 van het wetsvoorstel: “Ambtenaar in de zin van deze wet is degene die krachtens een arbeidsovereenkomst met een overheidswerkgever werkzaam is.” Het werkzaam zijn bij een overheidswerkgever is dus doorslaggevend voor de vraag of je een ambtenaar bent of niet. En wie zijn dan overheidswerkgever? Ook dat is gedefinieerd in het wetsvoorstel, onder artikel 2 van de nieuwe Ambtenarenwet. Het betreft natuurlijk de Staat, de provincies, gemeenten en waterschappen, en daarnaast wordt de volgende opsomming gemaakt:

  • de openbare lichamen voor beroep en bedrijf;
  • de andere openbare lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is toegekend;
  • de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking met een statutaire zetel in Nederland;
  • de overige krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen; en
  • andere dan krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag, waarbij de uitoefening van dat gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt.

Deze nieuwe omschrijving van het begrip ambtenaar onder art. 3 van de nieuwe Ambtenarenwet heeft tot gevolg dat na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel er vier typen ambtenaren zijn te onderscheiden:

A. De ambtenaar met een publieke aanstelling

B. De ambtenaar met een arbeidsovereenkomst met ambtenaarschap

C. De ‘ambtenaar’ met een arbeidsovereenkomst zonder ambtenaarschap

D. De (huidige) private werknemer die ambtenaar wordt

Ad A. De ambtenaar met een publieke aanstelling

De eerste groep ambtenaren behoudt zijn publieke aanstelling en is daarmee de uitzondering op de regel. (art. 3 nieuwe Ambtenarenwet). Met deze groep ambtenaren wordt door de overheid geen arbeidsovereenkomst gesloten. Dit betekent dat deze ambtenaren noch gewone werknemers, noch ambtenaren in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet worden. Voorbeelden van ambtenaren die hun publieke aanstelling behouden zijn de rechterlijke ambtenaren, politieambtenaren, militaire ambtenaren en notarissen.

Ad B. De ambtenaar met een arbeidsovereenkomst met ambtenaarschap

Dit is de groep waar iedereen aan denkt als het om de normalisering gaat. Het is de grootste groep ambtenaren, werkzaam bij bijvoorbeeld de Staat, de provincies of de gemeenten. De publieke aanstelling van deze ambtenaren wordt met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel van rechtswege omgezet in een civiele arbeidsovereenkomst. Zij blijven ambtenaren in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet en houden ook de titel ‘ambtenaar’. Op deze groep is zowel het civiele arbeidsrecht, als de nieuwe Ambtenarenwet van toepassing. In de nieuwe Ambtenarenwet staan bijvoorbeeld bepalingen over nevenwerkzaamheden, het afleggen van de eed of belofte en het beperken van de vrijheid van meningsuiting.

Ad C. De ambtenaar met een arbeidsovereenkomst zonder ambtenaarschap

Deze categorie bevat de ambtenaren die na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘ambtenaar af’ zijn, omdat hun werkgever geen overheidswerkgever in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet is. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om ambtenaren die op dit moment als ambtenaar zijn aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon. De vraag is of dergelijke rechtspersonen straks ook nog vallen onder de definitie van overheidswerkgever in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet. Als zij niet voldoen aan de definitie van overheidswerkgever omdat zij bijvoorbeeld niet als kernactiviteit openbaar gezag uitoefenen, verliezen de ambtenaren die daar werken de ambtenarenstatus.

Ad D. De private werknemer die ambtenaar wordt

Na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt de nieuwe Ambtenarenwet ook van toepassing op werknemers die nu op basis van een arbeidsovereenkomst werken bij een organisatie die in de nieuwe Ambtenarenwet wordt gedefinieerd als een overheidswerkgever. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het UWV, de SVB, de lichamen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie en bij bijvoorbeeld de Stichting Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank N.V. Deze ‘toekomstige’ ambtenaren blijven onder het civiele arbeidsrecht vallen, maar op hen wordt ook de nieuwe Ambtenarenwet van toepassing.

Tenslotte

Geconcludeerd kan worden dat de meeste ambtenaren na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel een genormaliseerde rechtspositie hebben. Verschillen tussen de civiele werknemer en ‘de ambtenaar’ blijven echter bestaan en ook zullen nieuwe verschillen ontstaan.

Bron: Bron van Inzicht – Normalisering: vier typen ambtenaren na de normalisering en wetsvoorstel nieuwe Ambtenarenwet