Marije Schneider Senior advocaat

Het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren zorgt ervoor dat de arbeidsverhoudingen van ambtenaren gelijk worden aan de arbeidsverhoudingen in de marktsector. Maar hoe ziet die rechtspositie er na de normalisering eigenlijk precies uit?

 

Dat kan het beste wordt uitgelegd aan de hand van een schema:2016-07-21 17_37_59-Driehoek bijlage [Alleen-lezen] duidelijk - Microsoft Word

Ter toelichting geldt het volgende.

Laag 1 en 2: voor werknemers en genormaliseerde ambtenaren gelijk

De lagen 1 en 2 gelden voor alle werknemers en genormaliseerde ambtenaren. De eerste laag is de wetgeving die voor werknemers en genormaliseerde ambtenaren geldt: het Burgerlijk Wetboek, uiteraard, en daarnaast bijvoorbeeld de Arbeidstijdenwet, de Arbeidsomstandighedenwet en de sociale zekerheidswetgeving.

De tweede laag wordt gevormd door de afspraken die tussen werkgever en werknemer worden gemaakt. Dat zijn individuele afspraken, neergelegd in een arbeidsovereenkomst, en collectieve afspraken die in een CAO zijn vervat en die door werkgevers (of werkgeversorganisaties) met vakbonden zijn overeengekomen.

De eerste twee lagen zijn dus voor zowel werknemer als genormaliseerde ambtenaar hetzelfde. Voor de gehele groep geldt dat de rechten en verplichtingen waar zij zich aan moeten houden, vastgelegd zijn in dezelfde regelgeving (laag 1) en op dezelfde manier zijn vormgegeven, namelijk via overeenkomsten (laag 2). De inhoud van die overeenkomsten kan uiteraard verschillen. Dat is nu ook al zo: de inhoud van verschillende CAO’s is niet gelijk, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de rechtspositie van gemeente- en rijksambtenaren.

De derde laag: de nieuwe Ambtenarenwet

De derde laag bevat alleen voorschriften voor genormaliseerde ambtenaren. Die voorschriften worden opgenomen in de Ambtenarenwet, zoals die gaat luiden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Het is de bedoeling van de indieners van het wetsvoorstel dat de Ambtenarenwet alleen onderwerpen regelt die gezamenlijk de ‘ambtelijke status’ vormen. De normen van het ambtenaarschap horen volgens de indieners niet tot het typische arbeidsvoorwaardenoverleg, maar moeten apart worden geregeld.

En wat staat er dan eigenlijk in de nieuwe Ambtenarenwet? Wat zijn de normen van het ambtenaarschap?

De nieuwe Ambtenarenwet bevat in totaal achttien artikelen – een heel stuk minder dan de 137 artikelen van de huidige Ambtenarenwet. In artikel 1 en 2 worden definities gegeven van het begrip ‘ambtenaar’ en ‘overheidswerkgever’. In artikel 3 staat met wie er géén arbeidsovereenkomst wordt gesloten. Dat zijn de bekende uitzonderingen van de normalisering: rechters, officieren van justitie, militairen, politieambtenaren, deurwaarders en notarissen. Zie over de uitzonderingen van de normalisering het blog van Ephraim Dekkers. De nieuwe Ambtenarenwet is niet op de uitgezonderde ambtenaren van toepassing. De definitie van ‘ambtenaar’ is namelijk ‘degene die krachtens een arbeidsovereenkomst bij een overheidswerkgever werkzaam is’. Met de uitgezonderde ambtenaren wordt geen arbeidsovereenkomst gesloten. De nieuwe Ambtenarenwet geldt derhalve niet voor deze groep.

De artikelen 4 tot en met 13 bevatten de verplichtingen voor overheidswerkgevers en ambtenaren. Het zijn bekende verplichtingen: de meeste artikelen komen nu al voor in de huidige Ambtenarenwet. Samengevat zien de bepalingen in de nieuwe Ambtenarenwet op nevenwerkzaamheden, integriteit en belangenverstrengeling. Een overheidswerkgever wordt bijvoorbeeld verplicht een integriteitsbeleid te voeren en een gedragscode op te stellen voor goed ambtelijk handelen. Verder moet hij ervoor zorgen dat een ambtenaar een eed of belofte aflegt en de nevenwerkzaamheden die zijn ambtenaren verrichten, registeren.

Een ambtenaar wordt in de nieuwe Ambtenarenwet verplicht een eed of belofte af te leggen en wordt bijvoorbeeld verboden om nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor een goede vervulling van de openbare dienst in gevaar komt. Ook mag een ambtenaar geen cadeaus aannemen van personen met wie hij een zakelijke relatie heeft.

Kortom, wat in de nieuwe Ambtenarenwet staat zijn niet de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren, maar juist de normen die het eigen karakter van de overheid weergeven.

De vierde laag: publiekrechtelijke bevoegdheden

Voor de meeste ambtenaren blijft het bij de drie lagen die hierboven zijn toegelicht. Voor sommigen echter bestaat er een vierde laag. Dat zijn ambtenaren aan wie bepaalde bevoegdheden zijn gemandateerd of geattribueerd. Deze gemandateerde of geattribueerde bevoegdheden behoren ook tot hun rechtspositie. Het betreft echter (net als laag 3) geen arbeidsvoorwaarden, maar bijzondere bevoegdheden die door wettelijke voorschriften of door een bestuursorgaan aan bepaalde ambtenaren worden toegekend. Dat is nu overigens ook al zo. Het wetsvoorstel normalisering verandert daar niets aan.

Conclusie

Voor alle ambtenaren geldt derhalve dat hun rechtspositie geregeld is in 1) het Burgerlijk Wetboek; 2) individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten en 3) de Ambtenarenwet. De Ambtenarenwet regelt uitsluitend de ‘ambtelijke status’ en vormt als het ware een extra laag bepalingen die voor ‘gewone’ werknemers niet gelden. Een kleine groep ambtenaren heeft gemandateerde of geattribueerde bevoegdheden; deze bevoegdheden vormen voor hen laag 4 van hun rechtspositie.

Bron: Zie voor de volledige tekst van de nieuwe Ambtenarenwet:
https://normalisering.nl/wnra/wijzigingen-ambtenarenwet/ambtenarenwet-integraal-bij-inwerkingtreding-wnra/