Ephraim Dekkers Advocaat

Op 27 september 2016 vond in de Eerste Kamer de behandeling van het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren plaats. Hiermee komt het einde in zicht van een wetgevingsproces dat in 2010 door de voormalig Tweede Kamerleden Koşer Kaya (D66) en Van Hijum (CDA) met een initiatiefwetsvoorstel werd gestart. Verdere behandeling van het wetsvoorstel werd echter uitgesteld naar 25 oktober a.s.

Wat is er op 27 september in de Eerste Kamer besproken en hoe gaat het nu verder?

Geschiedenis wetsvoorstel

Het doel van de initiatiefnemers van de normalisering is om de arbeidsverhouding, zoals die voor ambtenaren gelden, gelijk te maken aan die van werknemers in de private sector. Na vier jaar van discussie en debat, waarin de wet verschillende malen werd bijgeschaafd en aangepast, nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel normalisering op 4 februari 2014 aan.

Behandeling Eerste Kamer

Inmiddels hebben de Tweede Kamerleden Weyenberg (D66) en Keijzer (CDA) zich over het wetsvoorstel ontfermd. Na eerder uitstel waren zij dan ook degenen die op 27 september, namens de Tweede Kamer, het wetsvoorstel in de Senaat verdedigden. Namens de regering gaf Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) antwoord op vragen van de Eerste Kamer.

Voor 27 september stond ook een re- en dupliek op het programma. Deze is uitgesteld tot dinsdag 25 oktober 2016. Verschillende senatoren hebben vragen over de het wetsvoorstel, die zij eerst met hun achterban willen bespreken, alvorens zij de behandeling in de Eerste Kamer wensen voort te zetten.

Onderstaande onderwerpen kwamen vandaag aan bod bij de behandeling van de normalisering in de Eerste Kamer:

  • De urgentie van het wetsvoorstel
  • De totstandkoming van het wetsvoorstel
  • De relatie van de ambtenaar ten opzichte van de overheidswerkgever
  • Het behoud van de ambtelijke cultuur
  • De Wet normering topinkomens

Toekomst

Na de behandeling op 25 oktober moet de Eerste Kamer bepalen wanneer over de normalisering gestemd zal worden. Pels Rijcken zal van deze behandeling en de stemming verslag doen.

Indien de normalisering door de Eerste Kamer zal worden aangenomen duurt het nog ongeveer drie jaar tot dat het wetsvoorstel daadwerkelijk in werking zal treden. In deze periode zal de eenzijdige aanstelling van ambtenaren moeten worden omgezet in een tweezijdige arbeidsovereenkomst. Alle afspraken die met individuele ambtenaren zijn gemaakt zullen onderdeel van de arbeidsovereenkomst worden. Deze afspraken moeten worden geïnventariseerd.

De rechtspositieregeling waar de ambtenaren aan zijn gebonden, wordt van rechtswege een ‘fictieve’ CAO. Deze ‘fictieve’ CAO wordt eventueel met instemming van de vakbonden vervangen door een nieuwe CAO. Pels Rijcken heeft een checklist gemaakt met onderwerpen waarmee in deze transitiefase rekening moet worden gehouden.

Bijzonderheden

De normalisering kent enkele bijzonderheden. Zo gaat de normalisering niet gelden voor Militairen, politie, OM, deurwaarders, rechterlijke macht en politieke ambtsdragers. Tegelijkertijd worden sommige werknemers van zelfstandige bestuursorganen, zoals De Nederlandsche Bank en het UWV, ambtenaar in de zin van de ambtenarenwet. Over deze onderwerpen hebben wij al eerder geblogd:

Normalisering: wordt elke ambtenaar normaal?
De rechtspositie van niet-genormaliseerde ambtenaren na de normalisering
Nieuwe ambtenaren: omgekeerde normalisering